Recensie: Hallo Bandoeng. Nederlandse Radiopioniers (1900-1945).


Auteur: Vles, Hans (Ir.)
Uitgever: Walburg Pers
Jaar Uitgave: 2008
Plaats: Zutphen
Pagina�s: 192
Illustraties: volop historisch
ISBN: 978.90-5730.604-4
Prijs 27,50 Euro

Afgaand op de historie van de radio kan worden gesteld dat er ontzettend veel is gepubliceerd over de periode vanaf, pak weg, het midden van de jaren vijftig van de vorige eeuw tot en met heden ten dage. Duidelijk kan gesteld worden dat dit te maken heeft met het gegeven dat radiobeluistering door de toenmalige baby boomers, zoals de nieuwelingen in ons land na de Tweede Wereldoorlog werden genoemd, een bredere beleving van het wereldse spectrum hadden en dus ook het bredere radioaanbod bewuster gingen beleven. Over de daaraan voorafgaande periode is in vergelijking niet zo veel gepubliceerd. Als het wel aan de orde is dan betreft het vaak een publicatie die geschreven is na een periode van uitgebreid onderzoek. Het eerste dat ik dacht, toen het boek: Hallo Bandoeng. Nederlandse Radiopioniers (1900-1945) op de redactie terecht kwam, was of de schrijver, de inmiddels 73-jarige Hans Vles, ook zelf in zijn jeugd op een primaire wijze bezig was geweest met het zelf �zendklaar� maken en beleven van het radiospectrum. Of dat we te maken hadden met een historicus, die alleen afging op verhalen van betrokkenen en bevindingen uit archieven. Laten we duidelijk zijn over deze vraagstelling, want de auteur van dit boek blijkt zich al in zijn twaalfde levensjaar bezig te hebben gehouden met het experimenteren met een kristalontvanger waarbij naar voldoening een ontvangstsignaal op de koptelefoon te horen was. Dat allemaal zonder het gebruik van de wonderbaarlijke batterij, die ons vele jaren zou begeleiden bij het luisteren naar radiosignalen.

Signalen die ons uit alle windhoeken, tot ons kwamen. Heerlijk, dacht ik, dit wordt weer een aantal uren vermakelijk onze gezamenlijke hobby �radiobeleving� delen. Maar, al in de derde regel van het boek, wordt me duidelijk gemaakt dat het nog veel dieper gaat met de beleving van de hobby. De schrijver noemt zich, naar voorbeeld van ir. Dr. Cornelius de Groot, �radioot�. De schrijver heeft dan ook zijn leven, na een opleiding elektrotechniek in Delft, gevuld met radio�s, versterkers, zenders, ontvangers en uiteindelijk computers. En dat de auteur het volledig heeft beleefd mag blijken uit het boek: Hallo Bandoeng. Nederlandse Radiopioniers (1900-1945). Hij geeft vrijwel direct aan dat je enige vorm van technische kennis dient te hebben, maar ook voor diegene die niet direct technisch is onderlegd geeft de schrijver je de rust het begrijpbaar te maken tijdens het lezen. De vroege jaren van de radio-ontwikkeling in de wereld met daaraan vastgekoppeld de radiotelegrafie, en het plan te komen tot een mogelijkheid van een rechtstreekse radiotelegrafische gemeenschap tussen Nederland en het toenmalige Nederlandsch-Oost Indi� worden belicht, waarbij verschillende hoofdrolspelers de revue uitgebreid passeren.

Het zijn namen van betrokken personen, die bij mij deels onbekend waren: Ir. C.L. van der Bilt, Jan Corver, Cornelius Johannes de Groot, Antoin Dubois en Willem Vogt, om zo maar een paar namen te noemen van de absolute pioniers op het gebied van de radio en de radiozend � en radio-ontvangst technieken in ons land en over ons lands grenzen. Alle personen worden uitgebreid belicht met daarbij de voor elk zo belangrijke specialiteiten die men had in de ontwikkeling van de radio (telegrafie) in ons land vanaf 1900. Ook daar wordt een apart hoofdstuk aan besteed betreffende de opkomst van de voor die tijd �moderne vorm van telecommunicatie�. Hans Vles legt gedegen uit hoe de eerste radiolampen, in Nederland gemaakt, eruit zagen en werden gebruikt.

Een apart hoofdstuk is besteed aan de lange golfverbindingen die er tussen Nederland en Nederlansch Indi� waren gepland en dienden te worden uitgevoerd. Heel gemakkelijk ging dit niet. Men had niet alleen te maken met de prille ontwikkeling van het medium radio, maar ook met het gegeven dat inmiddels de Eerste Wereldoorlog was aangebroken. Zou men een eigen aantal zenders kunnen bouwen met in Nederlands materiaal? Nee, men koos voor een weg die leidde naar de VS waar men de benodigde zaken kon leveren. Maar die dienden dan wel veilig langs de vijandige linies te worden gebracht. Volop werd er ge�xperimenteerd en jaren na de afloop van de Eerste Wereldoorlog werd, op de 23ste mei 1923 door de toenmalige Gouverneur Generaal van Nederlandsch Indi� het radiostation �Op den Malabar� geopend voor openbaar verkeer. En wat bleek? In de daaraan voorafgaande jaren was men toch deels een andere richting opgegaan middels de aanschaf van de voor die tijd werelds grootste �boogzender�, geleverd door het Duitse Telefunken.

Het werd al snel duidelijk dat een korte golf radio zender diende te komen die een luisterband moest gaan vormen tussen de Nederlanders thuis en de Nederlanders in ons overzees gebied in de Oost. Het plan daartoe was het bouwen van twee ultra sterke zenders in Nederland als wel in Indi�, waarbij tevens gebruik zou worden gemaakt van relaiszenders, die waren gepland in Itali�, het Afrikaanse Libi� en op het toen nog Britse Ceylon. En dus was daaraan vooraf gegaan ook besloten tot de bouw van het nu historisch zendstation Kootwijk, in de buurt van Apeldoorn; tevens werd een ontvangststation in het Brabantse Sambeek gerealiseerd. Al deze acties in de vroege dagen van de geschiedenis van de radio in Nederland worden tot in perfect detail omschreven en is voor de radioliefhebber een absoluut geschenk in het kader van de uitbreiding der kennis van het medium radio. Natuurlijk wordt het hoofdstuk van ontwikkeling van radiotransmissie mogelijkheden binnen de Philips onderneming belicht, hoewel uitgebreider dan ik ooit eerder tegenkwam. Uitvoerig wordt ook een bezoek op maandag 27 mei 1927 van Koningin Wilhelmina met haar gemaal en dochter Juliana beschreven. De toenmalige vorstin zou daar een offici�le eerste radiorede met een lengte van 7 minuten opvoeren. Later, ten tijde van de Tweede Wereldoorlog zou ze met deze eerste ervaring haar voordeel doen tijdens haar vele radiotoespraken vanuit Londen. Vele andere (deel) onderwerpen komen nog aan bod in dit schitterend boek: Hallo Bandoeng. Nederlandse Radiopioniers (1900-1945).

Opmerkelijk ook is het grote aantal afbeeldingen dat niet eerder voor mijn netvlies is gekomen, dus ook daar het Hans Vles het nodige werk aan besteed. Prachtige historische illustraties die een zeer goed tijdsbeeld geven over de eerste decennia van de radio (telegrafie). Het boek zal bij mij zeker de komende tijd vaker op de leestafel liggen om weer terug te grijpen naar de vroege dagen van de radiopioniers in Nederland.

HANS KNOT