Boekrecensie: Money, money, money? Verhalen uit de popmuziek

Deel 1.

Door: Knipschild, Harry

Uitgeverij Conserve

Schroorl, 2010.

ISBN 978 90 5419 305 7

Pagina�s 354, rijkelijk ge�llustreerd

 

De in 1946 geboren historicus Harry Knipschild was voor de 5 plussers onder ons in de jaren zestig van de vorige eeuw een van de namen die hoorden bij de stemmen van de toenmalige presentatoren van de zeezender Radio Veronica. Naast zijn presentatiewerk ging Knipschild destijds zich ook specialiseren in het schrijven van allerlei stukjes voor diverse tijdschriften. Immers bij Radio Veronica en andere bijeenkomsten waar de programmamakers werden uitgenodigd, kwamen heel wat ontmoetingen tot stand met bekende en minder bekende artiesten. Dit resulteerde toegang tot ondermeer Tuney Tunes, Hitwezen, Hitweek, Kink, Teenbeat, Veronica, Muziekexpres en Muziek Info. Maar zijn werkveld, met nog meer mogelijkheden tot speciale ontmoetingen, lag verder binnen de muziekindustrie, waar Harry Knipschild ondermeer actief was bij Artone, Negram-Delta, Iramac, PolyGram en Universal Song.

 

Op latere leeftijd besloot hij dat, na vele jaren binnen de amusementswereld, het tijd werk voor andere interessante richtingen. Hij besloot geschiedenis te gaan studeren aan de universiteit van Leiden, dat na jaren van studie leidde tot een perfecte doctorstitel, na het doen van uitgebreid onderzoek en het schrijven van een proefschrift. Met zijn boek 'Soldaten van God', heeft historicus Harry Knipschild een tweetal jaren later een nog breder beeld geschetst. Het boek, dat verscheen bij uitgeverij Bert Bakker, beschrijft de aanwezigheid van Nederlandse en Belgische missionarissen in China, vanaf ongeveer 1860. Het is een uitvloeisel van zijn in 2005 verschenen proefschrift, dat ging over de Nijmeegse missionaris Ferdinand Hamer, die als bisschop aan zijn einde kwam in 1900 tijdens de zogeheten Bokseropstand, waarbij tientallen missionarissen, zendelingen en hun Christelijke bekeerlingen het leven lieten.

 

Het beschrijven van de historie zit inmiddels al vele jaren in zijn bloed en een stap van de onderzoekswereld terug naar die van de popmuziek is zo gemaakt. Met volle overtuiging en liefde voor de muziek en haar artiesten is Harry Knipschild in �Money, money, money? Verhalen uit de popmuziek�, een deel van zijn herinneringen gaan opschrijven. Immers staat er op de omslag dat het deel 1 betreft. In liefst 18 verschillende hoofdstukken beschrijft hij tal van artiesten en hun leven en laat ons zeker af en toe via de achterdeur toe tot zaken die een lezer van een gemiddeld tijdschrift niet zou meekrijgen. Het totaal van de verhalen wordt ook nog eens opgewarmd door incidentele persoonlijke familieherinneringen.

 

Zoals al gesteld brengt Knipschild zaken naar voren die verrassend zijn. Zo beginnen hoofdstuk 1 en 2 over zijn vroege beleving van de rock and roll muziek. Artiesten als Little Richard en Bill Haley komen voorbij. In de jaren vijftig van de vorige eeuw was ik nog niet zo ge�nteresseerd in de personen achter de muziek en in het boekwerk wordt ik aardig bijgepraat en opgefrist door Harry Knipschild. Zo beschrijft hij ondermeer dat Little Richard in de vroege dagen van zijn loopbaan vooral opviel door zijn travestie gedrag. Ook vertelt hij dat binnen de familie van Richard veel aandacht aan allerlei soorten muziek werden besteed, vooral gedraaid vanuit de persoonlijke jukebox. Toen Little Richard zijn eerste platenproductie, Every Hour, uitkwam werd deze terstond in de Jukebox gedaan en verdween er veel persoonlijk geld in de gleuf om de song bij herhaling te kunnen beluisteren. Maar ook interessant is het te lezen hoe Richard van platenmaatschappij naar platenmaatschappij stapte, ruzies van gestreste managers moest meemaken en zelfs, na een gevecht binnen de platenindustrie, een hernia opliep. Tutti Frutti als consumentenproduct is een mix van gedroogde vruchten die tamelijk snel gemixed wordt alvorens in de pan op het vuur te worden gezet. Hetzelfde geldt voor de gelijknamige song van Little Richard want die werd, toen het eenmaal ging om de gekuiste tekst van het nummer, in drie takes opgenomen.

 

Over Bill Haley, die volgens �Money, money, money? Verhalen uit de popmuziek� al in 1948 zijn eerste plaatje opnam op het platenlabel �Cowboy Records�  onder de titel �Yodel your blues away� wordt door Harry Knipschild ondermeer verteld dat de song te slecht werd bevonden en dus de plaat niet zou worden opgenomen in de verkooproute en dus rechtstreeks verdween in de afvalbak. De naam van Haley en de Comets zou jaren later door een deejay van een radiostation, Bix Reichner, worden gelanceerd op weg naar een carri�re in de rock and roll. Harry Knipschild heeft me in de eerste twee hoofdstukken al helemaal te pakken en ik lees non stop door tot het boek een dezer dagen weer dichtgeslagen kan worden. Met een zeer prettig gevoel zal ik de komende uren doorbrengen door nog veel meer nieuwe informatie op te zuigen uit: �Money, money, money? Verhalen uit de popmuziek�.

 

HANS KNOT